Goden
De
school aan de Verlengde Groenestraat was geheel van hout. In elk lokaal stond,
bij het raam, een enorme kachel die ’s winters hoog opgestookt werd, maar aan
brandgevaar dacht niemand. Naast die kachel was een verhoogd plateau waarop de
tafel en de stoel van de docent stonden. Nergens werd het onderwijs frontaler
gegeven dan in de barakken van het Nijmeegs Lyceum.
De
almachtige leraren keken als goden van hun Olympus neer op ons jeugdige
stervelingen, waarbij sommige zich hulden in een wolk van tabak (Heinen
Caballero, Van den Broek Pantersigaartjes). Ja, goden waren het, zij het van
diverse pluimage: strenge en onbenaderbare goden, vriendelijke goden, vrolijke
goden, maar goden waren het en voor alle (nou ja, bijna alle) had je in die
tijd een heilig ontzag. Het was ondenkbaar dat je ze met ‘Ton’, ‘Geurt’ of
‘Roel’ zou aanspreken. Elke godheid was weer anders en als sterveling had je je
maar aan te passen aan hun wensen en gewoonten. Bij de een lukte dat beter dan
bij de ander. Zo kon het gebeuren dat je bijvoorbeeld heel goed was in
geschiedenis bij Toebes, maar er niets van bakte bij Wilhelm, of omgekeerd.
Engels bij Miss Bom of Bunt was voor mij een taal vol mijnen en valkuilen, maar
bij mevrouw Moens zat die taal helder en heel leerbaar in elkaar.
Moens en Moens
Ach, mevrouw Moens… Mijn hart begint spontaan sneller te kloppen nu ik aan haar terugdenk. Deze godin kwam in ons leven toen de hormonen in ons lijf onweerstaanbaar op stoom begonnen te komen. Arnold de Jong en ik zaten bij de meeste docenten het liefst achterin, maar niet bij mevrouw Moens, geen sprake van, we wilden elke les recht tegenover haar zitten.
Ze was aanbiddelijk mooi, Aphrodite was een boertig volksvrouwtje vergeleken bij deze Schoonheid met haar zwarte haar en bruine, amandelvormige ogen. En wat een prachtige taal werd het Engels, wat klonk die taal hemels uit haar heerlijke mond! Maar er was toch iets vreemds, iets waarvoor Arnold noch ik een verklaring kon vinden. Ze was namelijk getrouwd met een andere leraar Engels, die zo kaal als een biljartbal was en een dikke bril op zijn neus had; sympathiek, dat was hij zeker, maar –zacht uitgedrukt- niet bepaald een Adonis. Hoe was het in godsnaam mogelijk, zo zaten wij ons elke les weer in volle ernst af te vragen, dat deze kaalschedelige heer zo’n ongelooflijk mooie vrouw had weten te veroveren? Over welke magische krachten beschikte deze heer Moens? Wij tastten hieromtrent volledig in het duister.
Botsing van Culturen
Moens en Moens
Ach, mevrouw Moens… Mijn hart begint spontaan sneller te kloppen nu ik aan haar terugdenk. Deze godin kwam in ons leven toen de hormonen in ons lijf onweerstaanbaar op stoom begonnen te komen. Arnold de Jong en ik zaten bij de meeste docenten het liefst achterin, maar niet bij mevrouw Moens, geen sprake van, we wilden elke les recht tegenover haar zitten.
Ze was aanbiddelijk mooi, Aphrodite was een boertig volksvrouwtje vergeleken bij deze Schoonheid met haar zwarte haar en bruine, amandelvormige ogen. En wat een prachtige taal werd het Engels, wat klonk die taal hemels uit haar heerlijke mond! Maar er was toch iets vreemds, iets waarvoor Arnold noch ik een verklaring kon vinden. Ze was namelijk getrouwd met een andere leraar Engels, die zo kaal als een biljartbal was en een dikke bril op zijn neus had; sympathiek, dat was hij zeker, maar –zacht uitgedrukt- niet bepaald een Adonis. Hoe was het in godsnaam mogelijk, zo zaten wij ons elke les weer in volle ernst af te vragen, dat deze kaalschedelige heer zo’n ongelooflijk mooie vrouw had weten te veroveren? Over welke magische krachten beschikte deze heer Moens? Wij tastten hieromtrent volledig in het duister.
Botsing van Culturen
Wat
leerden we niet allemaal op het Nijmeegs Lyceum in de jaren zestig! Een
ongelooflijke hoeveelheid kennis werd in ons brein gestopt: de wet van
Gay-Lussac, en welke Präpositionen de derde of de vierde naamval kregen (an,
auf, hinter, neben, in, unter, vor und zwischen), gerundium en νῦ
ἐφελκυστικόν (voor de hbs’ers: nu
ephelkustikon) , Van den vos Reynaerde en de Mei van Gorter, de tocht naar
Chatham (1667), het periodiek systeem, vierkantsvergelijkingen en de wet van
Archimedes (‘De opwaartse kracht die een lichaam ondervindt in een vloeistof of
gas, is even groot als het gewicht van de verplaatste hoeveelheid vloeistof of
gas’), dat Beethoven potdoof was toen hij zijn Negende Symfonie schreef en dat
Jezus niet in het jaar nul geboren moest zijn, maar vier jaar eerder. Het is
maar een kleine greep. En al die kennis sleep je een leven lang met je mee.
Maar
we hebben er ook veel niet geleerd. We leerden Frans, Duits en Engels, maar ik
kan me niet herinneren dat we ooit in de klas die talen moesten spreken. Die talen waren er alleen om te
vertalen, om veel woordjes te leren en nog meer grammatica, maar niet om te
spreken. Plato kwam uitgebreid aan de orde, maar over Nietzsche hoorde je niets.
Hoe Kaïn aan zijn vrouw kwam, daarover werd niet gesproken en al helemaal niet
over popmuziek. Elvis, Beatles en Stones waren in de muziekles taboe, de ware
muziek begon bij Vivaldi en Bach en eindigde bij Ravel en Strawinsky. In de
derde heb ik eens Runaway van Del
Shannon meegenomen naar de muziekles, dat liedje met de briljantste orgelsolo
uit de muziekgeschiedenis (luister: https://www.youtube.com/watch?v=ziLagAgoPCE) ,
maar ik werd door Menken met hoon overladen. Dat was muziek voor barbaren! De
kloof tussen ‘onze’ cultuur en die van de leraren was niet zelden onoverbrugbaar.
Seks
Seks
Het
grote taboe-onderwerp op school was in onze tijd seks. Daarover hoorde je echt
helemaal niets. Het menselijk lichaam kwam bij biologie natuurlijk wel aan de
orde, maar hield op bij het kruis, ons fysieke kruis wel te verstaan. Als je
een beetje je best deed, kende je de werking van het hart, de maag, de lever en
de longen, maar hoe het er nu precies onder de gordel aan toe ging, daarover
zweeg Roeleveld in alle talen. Natuurlijk weerspiegelde de school in dit
opzicht de hele maatschappij: over seks werd niet gesproken, niet op de radio,
niet op de tv, nergens. En ook niet gezongen. Wat je in Nederland over de
liefde hoorde, was niet veel meer dan dat je niet mocht zoenen op het zebrapad
(Willeke Alberti) en dat twee reebruine ogen de jager aankeken (De Selvera’s).
Wat
je over seks wist, had je van je schoolvrienden, die –hoe stoer sommige ook
deden- er natuurlijk net zo weinig van wisten als jij. Maar times they were
a-changin’: een decennium later was seks nauwelijks nog taboe en kon zelfs over
‘afwijkende’ vormen vrijelijk gesproken worden. Dit had verrassende, maar ook
pijnlijke consequenties. Daarover de volgende keer.
Tekst: Maarten
Publicatie: Carla
Reunisten Nijmeegs Lyceum
www.reunistennijmlyceum.blogspot.nl
email: reunistennijmlyceum@outlook.com
fotoalbum
Tekst: Maarten
Publicatie: Carla
Reunisten Nijmeegs Lyceum
www.reunistennijmlyceum.blogspot.nl
email: reunistennijmlyceum@outlook.com
fotoalbum
Geen opmerkingen:
Een reactie posten